MENU CLOSE

Koester meritocratie

We kunnen ons gelukkig prijzen dat het nieuwe kabinet een aantal opvallend competente leden telt. Het team is uiteraard nooit uitsluitend gekozen op basis van kwaliteit, omdat nu eenmaal recht gedaan moet worden aan partijpolitieke belangen en eerder verleende diensten. Niettemin, het is evident dat deze ministers en staatssecretarissen niet op het bordes staan dankzij familiebanden, afkomst, blinde loyaliteit aan de leider of steekpenningen.

Wij weten niet beter, maar je hoeft niet heel ver te reizen om te zien dat dit niet vanzelfsprekend is. Neem de VS, waar voormalig president Trump zijn familieleden rollen gaf in het Witte Huis en zich bij de G7 deels liet vervangen door zijn dochter. Ook in Europese landen worden soms posities toegewezen op basis van blinde trouw aan de leider, of financiële steun. Bijna overal in de wereld is nepotisme, het tegendeel van meritocratie, eerder regel dan uitzondering.

De Noord-Europese landen en een paar andere zijn het schoolvoorbeeld van een meritocratie, zo betoogt Adrian Wooldridge in zijn lezenswaardige boek, The Aristocracy of Talent , over de geschiedenis van het begrip meritocratie. Merites kun je definiëren als de combinatie van talent en inspanning. Die definitie haalt direct een van de bezwaren onderuit, namelijk dat het onrechtvaardig is mensen kansen te geven op basis van aangeboren talent, dat immers niet eerlijk verdeeld is. Maar zo simpel is het niet. Talent zonder zelfdiscipline en toewijding ontwikkelt zich niet. Bovendien, mensen hun talenten laten ontplooien is ethisch te rechtvaardigen omdat de hele samenleving daarvan de vruchten plukt.

Toch staat meritocratie steeds meer in een kwaad daglicht. Het leidt immers tot arrogant gedrag als de elite zich superieur voelt aan de rest en hun kinderen voortrekt via bijles en relaties. Dergelijke ‘erfelijkheid’ is extra funest als schooltests in feite sociaal-culturele aanpassing meten in plaats van intelligentie. Vanuit alle kanten groeit dus het verzet tegen de meritocratie.

Wooldridge geeft goede argumenten waarom dat de foute weg is. Ondanks alle tekortkomingen heeft meritocratie onze moderne wereld en huidige welvaart gevormd. Let op, modern betekent hier niet alleen westers. Singapore is het beste voorbeeld van een land dat zich dankzij een strikt meritocratisch systeem heeft ontwikkeld van een zompig vissersdorp tot een van de meest welvarende naties. Er bestaat een directe relatie tussen innovatie, welvaart en een meritocratisch systeem.

Door een meritocratische bril krijgt veel een andere draai. Migranten zijn dan niet zomaar gelukzoekers maar mensen met ondernemingszin die de kans moeten krijgen hun talenten in te zetten in hun nieuwe vaderland. Dus zo snel mogelijk een opleiding of een stageplek in plaats van vasthouden in een niet-inspirerende omgeving. Het betekent ook dat het (hoger) onderwijs talent uit kansarme milieus veel scherper moet selecteren en begeleiden.

In deze context is het relevant dat Chinese universiteiten van een dermate hoog niveau zijn dat zij vele Amerikaanse en Europese voorbij gestreefd zijn. Het zou een fout zijn om de meritocratie te verzwakken op het moment dat China daar in onderwijs en overheidsbeleid sterker dan ooit op inzet, stelt Wooldridge.

Meritocratie moet gekoesterd worden omdat alle alternatieven willekeur inhouden. Betere identificatie van talent en het kweken van verantwoordelijkheidsgevoel is nodig. Talent is een publieke plicht, geen recht. Toegepast op onderwijs en arbeidsmarkt in Nederland betekent dat het identificeren van alle talentvolle jongeren, vluchtelingen en migranten, werkelijke kansen creëren voor hen en evenwaardige initiatieven voor de minder getalenteerden. Voorwaar een mooie taak voor een hele reeks nieuwe ministers!

Louise O. Fresco
NRC Handelsblad, 10 januari 2022