MENU CLOSE

Gemoederen oververhit

Er bestaat geen vooruitgang zonder nieuwe risico’s

Opvallend is hoezeer de beelden van de rampzalige gebeurtenissen in Japan ons vertrouwd voorkomen. Gebouwen die doormidden worden gebroken door vloedgolven, auto’s als speelgoed op elkaar gesmeten, telegraafpalen en bruggen afgeknapt als lucifershoutjes, afgewisseld met zwarte rookwolken en oplaaiende vlammen – het zijn bijna clichés. Zelfs de beelden van de explosies in de nucleaire centrales in Fukushima hebben bijna iets vanzelfsprekends, alsof we altijd hebben geweten hoe dit soort rampen eruit moeten zien.

Ongetwijfeld komt dat door de gretigheid waarmee de media ons in detail onze dagelijkse portie rampen voorschotelen en doordat journalistiek, sciencefiction en rampenfilms steeds vaker elkaars dialogen en beeldtaal kopiëren.

Laten we eerlijk zijn – een zware ramp fascineert. Vanachter onze degelijke dijken koesteren we graag de rampen van anderen. In ons medeleven zit ook de stiekeme vreugde dat het ons niet is overkomen. Hoe zwarter het elders is, hoe veiliger wij ons thuis voelen.

Met die behaaglijkheid komt de bezorgdheid en de onzekerheid. Het ongeluk zit blijkbaar in het onvoorspelbare. Dat besef maakt ons onrustig, zo onrustig zelfs dat wij onze angsten bezweren met de ideologie van de maximale risicovermijding.

Wetenschappelijk is er veel voor te zeggen om altijd uit te gaan van het allerergste en het worstcasescenario door te rekenen, maar als mentaliteit is dit geen heilzame weg. Rampen zijn niet te voorkomen. Risico’s lopen we elke minuut. De moderne, westerse mens heeft grote moeite om te accepteren dat noodlottige pech bestaat, pech die mensen treft zonder aanzien des persoons en leidt tot een onvermijdelijk verlies van levens en goederen. Naarmate we rijker zijn, lijken die rijkdom en het erbijbehorende mentale comfort steeds meer een onvervreemdbaar recht. We hebben steeds meer te verliezen en steeds minder tolerantie voor het verlies.

In ons verlangen naar een risicoloze samenleving eisen we niet gewoon veiligheid, maar gegarandeerde, 100 procent veiligheid. Keer op keer formuleren burgers bij inspraakrondes, en in hun kielzog Kamerleden, een dergelijke, onverzoenlijke eis, zonder te beseffen dat dit niet alleen onmogelijk is, maar ook indruist tegen de hele geschiedenis. Pas als het kalf verdronken is, dempt men de put. Vooruitgang zonder risico bestaat niet. Veiligheid is geen absoluut gegeven, maar een proces van optimalisatie, strevend naar een nooit bereikbare perfectie, omdat onze eisen hoger worden en onze technologie steeds ingewikkelder.

Dat besef betekent niet dat we er maar een beetje op los kunnen experimenteren met gevaarlijke technologie. We moeten juist zo zorgvuldig mogelijk leren van eerdere rampen. De aardbeving in Kobe, nu ruim vijftien jaar geleden, heeft geleid tot een grote vooruitgang wat betreft aardbevingsbestendige infrastructuur. Na Tsjernobyl haalt niemand het meer in zijn hoofd om onbeschermde grafietstaven in een reactor te zetten. De tsunami die Thailand en Indonesië trof, heeft geleid tot een systeem van waarschuwingsboeien in de Indische Oceaan.

De belangrijkste vraag is wat Fukushima betekent voor de Europese en Nederlandse uitbreidingsplannen voor kernenergie. De oververhitting van de gemoederen loopt snel op. Geluid van relativering en nuance is bijna niet meer te horen. Bondskanselier Merkel, gepromoveerd fysicus, sluit zeven kerncentrales. Frankrijk, zelf een grote producent van kernenergie, roept zijn burgers op om terug te keren uit Tokio. Voor sommigen zal deze ramp bewijzen dat kernenergie per definitie niet deugt. Een ramp in een nucleaire reactor ligt, door zijn onzichtbare dreiging van radioactieve wolken en zijn associaties met Hiroshima en Nagasaki, veel gevoeliger dan een ramp in een kolencentrale.

Dat verklaart ook waarom de berichtgeving over Japan steeds meer gaat over de kerncentrales en niet over de duizenden slachtoffers. Zonder analyse van wat in Fukushima precies is voorgevallen, valt daarentegen geen enkele conclusie te trekken over de omstandigheden waaronder in Nederland eventueel een nieuwe kernreactor kan worden gebouwd.

Het is belangrijk om ons niet te laten meeslepen door gevoelens. We moeten met de nodige distantie kijken naar de diversificatie van onze energievoorziening. Of kernenergie daarbij een passende oplossing is, hangt af van talloze factoren, zoals het type centrale, de locatie en de beschikbare expertise, maar ook van de kostenefficiëntie van de alternatieven. Het bouwen van een kerncentrale kost een jaar of twintig. In die tijd kan van alles veranderen. Een stresstest voor alle Europese kerncentrales, zoals Oostenrijk voorstelt, ligt voor de hand, maar een garantie op veiligheid geeft het niet, integendeel. Ik voorspel dat de meningen over de resultaten – net als bij het klimaatvraagstuk – sterk uiteen zullen lopen, omdat ze nu eenmaal niet eenduidig zijn. Toch hoeft dat niet erg te zijn. We weten uit ervaring dat elke ramp nieuw onderzoek en betere regulering uitlokt en dat de wederopbouw de economie uiteindelijk stimuleert. Rampen zijn ook kansen, hoe cynisch dat misschien ook klinkt. Die gedachte zou de gemoederen enigszins moeten kalmeren.

Louise O. Fresco
NRC handelsblad 16 maart 2011