NRC Handelsblad

Muziek in tijden van dreiging

Louise O. Fresco

Bij de Proms geen gezeur over linkse hobby’s of elitair vertier

In parken verspreid over het hele land zaten honderdduizenden toeschouwers, jong en oud, stuk voor stuk in de ban van de grote televisieschermen. Er werd uitbundig geklapt, gelachen en getoast. De enorme zaal waar het zich allemaal afspeelde was overvol met feestelijk geklede toeschouwers. Er waren gewoontegetrouw drie keer zo veel belangstellenden als kaartjes. Sommige mensen hadden dagen gekampeerd om hun plaats veilig te stellen. In vele steden, van Canada tot Australië, werd het programma direct uitgezonden in bioscopen. Ik heb het uiteraard over die speciale avond, het absolute hoogtepunt dat het slot vormt van de culturele zomer: de Last Night of the Proms. Afgelopen zaterdag vond in de Royal Albert Hall in Londen het slotconcert plaats van de nu 117 jaar oude Britse traditie van publieke zomerconcerten.

Ik kan geen beter voorbeeld bedenken voor de hoop en veerkracht van de westerse samenleving dan het voortduren van deze Proms-traditie. Met zijn mengeling van contemporaine en klassieke muziek, avant-garde naast music for the millions, met hier en daar een vleugje sentiment en nationalisme, maar ook een voortdurende aandacht voor de universaliteit van de kunst die ons allen bindt. Een traditie waarover – moet ik het nog melden? – geen enkele wanklank klinkt. Geen gezeur over linkse hobby’s of onnodig elitair vertier. Heel Engeland doet mee. Werd de even inventieve, zij het veel kleinschaligere, traditie van de Zaterdagmatinee (ooit deMatinee op de Vrije Zaterdag, bedoeld voor iedereen), maar op dezelfde respectvolle manier behandeld! Maar dit terzijde.

Toen ik op de BBC al die enthousiaste betrokkenheid zag, dacht ik niet alleen aan het bevredigende feit dat deze muziek zulke grote aantallen mensen met zo veel klaarblijkelijke vreugde bereikt. Tegelijk kwam – bijna instinctief – een andere, even sterke gedachte op. Dit concert in zo veel zalen en parken vormt ook een bewijs van ons gevoel van veiligheid, van het verlies van de eerder gevoelde kwetsbaarheid. Zie je wel, dacht ik, we mogen onze angst afleggen, want dergelijke mensenmassa’s kunnen zorgeloos bijeenkomen. We zijn en blijven een open samenleving waarin concerten in de open lucht plaats kunnen vinden. In Engeland, maar ook in Nederland, zoals we zagen tijdens het zo drukbezochte laatste Prinsengrachtconcert.

In alle somberheid over een voortdurende, niet-gespecificeerde terroristische dreiging en de ogenschijnlijke neergang van onze samenleving is dit het beste bewijs van het tegendeel. Afwezigheid van recente aanslagen is natuurlijk geen vrijbrief voor zorgeloosheid, want er blijven bronnen van onveiligheid. Maar in de islamitische wereld, zelfs in Iran en Pakistan, is geen enkele ruimte bij de overgrote meerderheid van de bevolking voor extremisme à la Bin Laden. De meest destabiliserende factor vormt het gefnuikte verlangen naar economische ontwikkeling en persoonlijke vrijheid, daar net als hier. Het allergrootste deel van de wereldbevolking wil precies hetzelfde: een redelijk inkomen, een bevredigende baan, een veilige toekomst.

De ‘Proms’ illustreert nog iets anders. Heel betekenisvol vind ik het dat Lang Lang, de publiekslieveling in West en Oost, de ster van de afsluitende avond was. Een Chinese pianist, gespecialiseerd in het romantische westerse repertoire, die Liszt tot zijn held – „een duivel en een engel” – heeft verklaard en de componist speelt alsof hij met hem is opgegroeid (een beetje is dat zo, hij hoorde Liszt het eerst in een tekenfilm van Tom & Jerry). Een Chinees die de expressie belichaamt van het Chinese zelfbewustzijn en de opgewekte uitdagendheid die zich wereldwijd doen gelden. Terwijl het Westen zich naar binnen heeft gekeerd gedurende wat al het ‘verloren decennium’ is genoemd, hebben China, India, Rusland, Brazilië en een handvol andere landen hun schreden gezet op het pad van versnelde ontwikkeling. De eerste drie hebben te maken met problemen met etnische minderheden en dreigingen van terrorisme. Hoewel we de harde hand waarmee die onder controle gehouden worden geenszins moeten onderschatten, leidt dat niet tot de fundamentele onzekerheid en besluiteloosheid die in het Westen opgeld doet.

De dag na de Proms trad opnieuw een musicus van Chinese afkomst op tijdens een prominente plechtigheid, eveneens met Duitse muziek. Bij de officiële herdenking van 9/11 op Ground Zero in aanwezigheid van president Obama speelde de cellist Yo-Yo Ma voor een ademloos publiek de Sarabande uit Bachs eerste cellosuite. Ma, in Frankrijk geboren, genaturaliseerd tot Amerikaan, is niet alleen een groot musicus, maar ook een onderzoeker die via de muziek van de Zijderoute een brug tussen de culturen en religies van Oost en West wil slaan. In Ma’s eigen woorden: „We leven in een wereld van groeiend besef van wederzijdse afhankelijkheid, en ik geloof dat muziek een magneet kan zijn die mensen bij elkaar brengt.” Er zijn weinig andere menselijke uitingsvormen die door hun emotionele kracht juist in tijden van dreiging en somberheid een balsem voor de ziel zijn. Muziek is universeel, onafhankelijk van de nationaliteit van componist of uitvoerders. Juist daarom moet een samenleving haar muziek koesteren.

 

Deze column is verschenen in NRC handelsblad op
14 september 2011

Download pdf: Muziek in tijden van dreiging