NRC Handelsblad

De koningen van de toekomst

Louise O. Fresco

De val van koningen werd vaak gevolgd door oorlogen

Voor royaltywatchers is dit een topweek, met het aanstaande huwelijk van prins William van Wales, gevolgd door onze eigen Koninginnedag. Ook landen zonder koningshuis, zoals de Verenigde Staten, zijn al weken geobsedeerd door de sprookjeswereld van Het Huwelijk. Koninklijke families zijn een dankbaar object in deze gemediatiseerde wereld, waarin men leeft van sensatie naar sensatie. In deze tijd, waarin velen zo hun vraagtekens hebben bij het koningschap, is het zinvol om nog eens te bezien welke toegevoegde betekenis een koning kan hebben voor een natie boven een gekozen staatshoofd.

Met koningshuizen is veel aan de hand. Minstens twee koninklijke families staan deze weken voor de grootste beproeving in hun bestaan. In Marokko en Jordanië – en misschien in Saoedi-Arabië – ligt de sleutel tot modernisering bij het koningshuis en daarmee bij een nieuwe betekenis van de koning in een ontluikende democratie. De situatie is delicaat. In beide landen zijn de koningen, en niet te vergeten hun echtgenotes (en trouwens ook een aantal van de Saoedische prinsen), redelijk vooruitstrevend. Ze kennen de westerse wereld. Ze worden omgeven door vaak uiterst conservatieve hofhoudingen, die erop uit zijn om hun privileges te handhaven. Zij aarzelen niet om hard op te treden tegen de bevolking. Gevallen van intimidatie zijn bekend van de hoogopgeleide klasse, die zich uitspreekt ten faveure van hervormingen.

De overgang naar een parlementaire of een constitutionele monarchie vereist politieke partijen en verkiezingen. Minstens zo belangrijk zijn een vrije pers en een onafhankelijk justitieel apparaat. Marokko voldoet nog het meest aan deze voorwaarden, al moeten de conservatieve krachten geenszins worden onderschat. Die liggen niet alleen bij de eerder genoemde hofhouding, maar ook bij de politiek diverse pluimage van degenen die recent de straat hebben opgezocht. Koning Mohammed VI heeft tot nu toe met wijsheid gereageerd op de protesten, door een hervorming van de Grondwet aan te kondigen die de politieke macht bij de regering legt en de rol van de koning afzwakt, volgens het model van een constitutionele monarchie. Toch is de afgelopen dagen opnieuw geprotesteerd. Het is maar de vraag of dit de onrust kalmeert of juist aanwakkert.

In Jordanië heeft de koning eveneens snelle hervormingen aangekondigd, net als strijd tegen corruptie. De regering is vervangen. De nieuwe premier heeft de opdracht gekregen om snel maatregelen te nemen ter bevordering van de democratie. In Saoedi-Arabië zijn de protesten nog niet uitgekristalliseerd.

Overal in het Midden-Oosten en Noord-Afrika zijn de verwachtingen hooggespannen – te hoog. Elke stap naar meer democratie faalt als de economische hervorming niet streng ter hand wordt genomen. Juist dat maakt ontluikende politieke partijen impopulair. De grote groep werkloze jongeren die niets te verliezen heeft en geen garantie op werk krijgt, vormt een lont in het kruitvat.

Naast hen staan tienduizenden afgestudeerden die geen enkel uitzicht hebben op een baan op hun niveau. Voor Jordanië en Marokko geldt bovendien dat streng moet worden gesaneerd bij het overheidsapparaat. Dat raakt onherroepelijk degenen die nu wel werk hebben – ambtenaren en hun kinderen, die vaak automatisch rechten konden doen gelden op een veilige baan. Hun protesten worden nu al gehoord. Ook moet, net als in Nederland, het pensioenstelsel worden herzien. Dat is opnieuw een bron van onrust.

In een dergelijke situatie, van wankelende belangen, moet tegengewicht bestaan tegen de middelpuntvliedende krachten in de samenleving. In Jordanië, Marokko en Saoedi-Arabië zijn de koningshuizen nog de samenbindende kracht. Het grote risico is dat ze te langzaam en onvoldoende zullen reageren op de roep om verandering en dat te weinig politieke leiders de onrust zullen ombuigen tot adequate hervormingen.

Koningen en hun koninkrijken zijn kwetsbaar. In de geschiedenis werd de val van koningen als gevolg van protesten vaak gevolgd door periodes van repressie en oorlogen.

Afgelopen week heeft Spanje hulp aangeboden bij hervormingen van koningshuizen in Noord-Afrika en het Midden-Oosten. De belangstelling van Spanje ligt uiteraard bij het buurland Marokko, waarmee het eeuwenoude banden heeft. Het Spaanse initiatief is belangrijk en komt op het juiste moment. Europa heeft een lange ervaring met diverse vormen van koningschap. Het zou een mooi gebaar zijn als ook Nederland, samen met andere landen, aanbiedt om een dialoog te organiseren met de diverse Europese en Arabische landen met koningshuizen – geen mediageniek onderonsje tussen koningen, maar een gesprek tussen staatsrechtsgeleerden over de drie fundamentele rechten van de monarch: om te worden gehoord, om aan te moedigen en om te waarschuwen, en hoe deze vorm krijgen in een parlementaire democratie.

Zelden bestond een zinvoller moment om de samenbindende functie van het koningschap te bevestigen – in symbolische, maar vooral in praktische zin, voor de velen die hopen op een nieuwe toekomst.

 

Deze column is verschenen in NRC handelsblad op
27 april 2011

Download pdf: De koningen van de toekomst