NRC Handelsblad

Versoepel de EU-regels voor crispr-cas

Column
Louise O. Fresco

In 1970 ontving de Amerikaan Norman Borlaug de Nobelprijs voor de Vrede als bekroning voor zijn nieuwe, hoogopbrengende rassen van tarwe en mais die de basis vormden voor de Groene Revolutie. Met zijn latere werk aan rijst meegerekend, wordt geschat dat Borlaug een miljard mensen van de honger heeft gered. Vijftig jaar later staan honger en voedsel opnieuw centraal en wel bij twee Nobelprijzen tegelijk.

De eerste, de Nobelprijs voor de Vrede, toegekend aan het Wereldvoedselprogramma van de VN (WFP) , benadrukt dat we er nog lang niet zijn. Wie eenmaal een kind met die wanhopige, doffe ogen en het gebrek aan kracht om te huilen heeft gezien, vergeet dat nooit meer. Honger heeft desastreuze effecten: gebrekkige hersenontwikkeling, grotere kans op ziektes, en dat in meer dan één generatie. Voedsel voor mensen die verdreven zijn van huis en haard is altijd urgent. De logistiek om het juiste voedsel op tijd bij de juiste mensen te laten aankomen in Jemen of Zuid-Soedan is een huzarenstukje. Ook de Nobelprijs voor Scheikunde staat dit jaar deels in het teken van voedsel. De ontdekking van genetische precisietechnieken heeft, naast medische, zeer belangrijke toepassingen voor voedsel en landbouw. Crispr-cas is, simpel gezegd, een afweersysteem van bacteriën tegen virussen dat een moleculair schaartje oplevert om in dna te knippen. Daarmee kunnen sneller en nauwkeuriger nieuwe rassen van planten en dieren ontwikkeld worden met een betere voedingswaarde, bestand tegen droogte, ziektes, insecten en overstromingen. Het zou de droom van Borlaug geweest zijn.

Voedselhulp is een noodzakelijke voorwaarde voor stabiliteit in conflictgebieden. Maar het is niet voldoende voor duurzame vrede. Er zijn ook risico’s aan dergelijke noodhulp verbonden, zoals corruptie of diefstal van voedseltransporten. Daarmee kan hulp ook een machtsmiddel worden voor bewapende milities. Als het Nobelcomité het lenigen van nood had willen bekronen, dan hadden ook de vluchtelingenorganisatie UNHCR en/of Unicef mogen delen in de prijs.

Lees ook: Nederland heeft veel belang bij crispr in de kas

Maar noodhulp is wat het is: een laatste redmiddel. Uiteindelijk moet honger voorkómen worden, zoals alle lidstaten van de VN hebben afgesproken in hun ‘ zero hunger ’-doelstelling voor 2030. Alleen de duurzame productie van gezond, veilig en betaalbaar voedsel kan de basis vormen van echte ontwikkeling en blijvende vrede. Boeren moeten voldoende inkomen ontvangen en stedelijke armen moeten het voedsel kunnen betalen. Dat betekent dat er voldoende en duurzaam geproduceerd moet worden, met goed zaaizaad, aangepaste kunstmest, zorgvuldige bestrijding van plagen, allemaal met ecologische processen als uitgangspunt.

Het is dus ook een gemiste kans dat de Nobelprijs voor de Vrede alleen naar WFP gaat, en niet mede naar degenen die nieuwe landbouwtechnieken en- beleid ontwikkelen, zoals de FAO, de Voedsel- en Landbouworganisatie, en de CGIAR, de Consultative Group for International Agricultural Research, een netwerk van onderzoeksinstituten waar Norman Borlaug destijds aan verbonden was.

Op Borlaug en WFP is zeker de nodige kritiek te leveren, net zoals er kritisch gekeken moet worden naar crispr-cas. Zo gaat dat met kennis: pas door zorgvuldige evaluatie van de toepassing leren we. In de EU is crispr-cas nu de facto onmogelijk, omdat de techniek, in tegenstelling tot in de rest van de wereld, aan dezelfde strenge toelatingseisen moet voldoen als het genetisch modificeren van organismen.

De Nobelprijzen voor de Vrede en Scheikunde moeten Commissie en Europarlement ertoe aanzetten om de regels voor crispr-cas te verlichten, zodat er snel rassen op de markt kunnen komen die bijdragen aan de Europese Green Deal en het bestrijden van honger. Daarmee laat Europa zien dat het aan een maatschappelijk verantwoorde, duurzame toekomst werkt.

Deze column verscheen op 19 oktober 2020 in NRC Handelsblad