NRC Handelsblad

Onze overwinningen zijn altijd tijdelijk

Column
Louise O. Fresco

Luca was een begaafde, muzikale man, hij werkte ooit bij La Scala, de opera van Milaan. Vorige week is hij overleden, hij was net zestig. De uitbraak van Covid-19 drukt ons met onze neus op de onontkoombaarheid van het menselijk bestaan. Er zijn geen vanzelfsprekendheden, geen rechten op gezondheid en geluk. Veel van wat ons gebeurt is een kwestie van goede of slechte kansen. Het leven is absurd, ook al wringen we ons in bochten om het betekenis te geven.

Ik zal niet de enige zijn die dezer dagen La Peste van Albert Camus heeft herlezen. Camus is de meester van het besef van het absurde, maar ook van de manieren waarop de mens zich daartegen verzet.

Het verhaal speelt in Algerije, in 1940, waar de stad Oran plotseling de poorten moet sluiten vanwege een pestepidemie veroorzaakt door een invasie van geïnfecteerde ratten. Total lockdown , zouden we nu zeggen. De hoofdpersoon, de arts Rieux, vecht manmoedig tegen de pest, echter zonder zich illusies te maken over de goede afloop. Hij tracht zelfs niet zijn inspanningen te rechtvaardigen. Het is immers een vergeefse strijd. Om hem heen sterven talloze burgers, inclusief zijn conciërge, zijn dierbare medestander en, na later blijkt, zelfs zijn vrouw, die hij dacht in veiligheid te hebben gebracht buiten de stad.

Je inspannen zonder hoop op succes, zo betoogt Camus, is de enige waardige reactie van een mens, de enige manier om tegen de absurditeit van het leven te protesteren. Tegenover de dokter zet de schrijver dan ook de priester voor wie de pest niets anders kan zijn dan een straf van God, en de cynische profiteur die in alles handel ziet. Dr. Rieux ontleent zijn atheïsme juist aan de willekeur van de pest, die zelfs een onschuldig kind laat lijden en sterven. Hij streeft ook niet naar heldendom, maar naar menselijkheid.

Camus, die zijn boek publiceerde in 1947, gebruikte de situatie uiteraard als metafoor van de oorlog en vooral het fascisme, en daarmee ook van het Franse verzet. Hij laat ook op ontluisterende wijze zien hoe in de afgesloten stad de bevolking vervalt in paniek, waanzin en extreem egoïsme. Het verhaal eindigt als een ‘serum’ wordt gevonden: de ziekte wordt overwonnen, de rust keert terug, de stad mag weer open.

Helaas, de lessen van de pest beklijven niet lang. Net als in het naoorlogse Frankrijk gaat de bevolking makkelijk over tot de orde van de dag. Men vergeet liever dan dat men leert, constateert een gedesillusioneerde Rieux. Daarmee blijft de pest ook onderdeel van onszelf.

Er zullen nu weinig mensen zijn die het coronavirus zien als een directe metafoor. Toch wordt graag gesuggereerd dat het virus de weg wijst naar een nieuwe economische orde, een nieuwe manier van leven en werken, van het beperken van consumptie en mobiliteit, zelfs van solidariteit. Of dit alles beklijft, kan niemand zeggen, de huidige neiging tot hamsteren doet eerder het tegendeel vrezen.

Deze ziekte, zegt dr. Rieux, is een oneindige nederlaag. Onze overwinningen zijn altijd tijdelijk, net als die van Sisyphus die eeuwig zijn rotsblok de berg op rolt. In dat tijdelijke, zo zou ik Camus antwoorden, zit ook onze kracht, onze levenslust en onze creativiteit om wetenschappelijke, economische en politieke oplossingen te verzinnen die over de dood van het individu heen reiken. Mens zijn, zouden we met Camus kunnen zeggen, is door ons handelen en verzet betekenis geven aan de absurde onrechtvaardigheid van ziekte en lijden.

Deze column is verschenen in NRC handelsblad op 23 maart 2020

Onze overwinningen zijn altijd tijdelijk