NRC Handelsblad

Congo is niet ver-van-mijn-bed

Column
Louise O. Fresco

Zomaar een bericht: de Katholieke Kerk heeft het leger en lokale milities beschuldigd van het doden van 3.400 mensen en het vernietigen van 20 dorpen. Een bericht dat door de VN wordt bevestigd. Nee, dit gaat niet over Syrië. Dit gaat over een land waar u waarschijnlijk weinig van weet. Waar de verschrikkelijkste dingen gebeuren waar u niet over leest, tenzij uw oog toevallig valt op de reportages van Koert Lindijer of op drieregelige berichtjes in een buitenlandse krant.

Ik doel op Congo, dat zich tooit met de nu cynisch klinkende naam ‘democratische republiek’, een van de armste en minst ontwikkelde landen ter wereld. Een land met 3,7 miljoen interne vluchtelingen, waarvan bijna een miljoen in het afgelopen jaar, plus nog een half miljoen vluchtelingen vanuit Zuid-Soedan. Waar het leger in een klimaat van totale rechteloosheid voortdurend de mensenrechten schendt, VN-medewerkers op zoek naar massagraven worden vermoord en verkrachting systematisch als wapen wordt ingezet, net als in twee eerdere burgeroorlogen in de jaren negentig, waarbij in tien jaar 5,4 miljoen doden vielen. Het was en is een vergeten crisis.

Onder bootvluchtelingen op de Middellandse Zee zijn nauwelijks Congolezen. Er zijn maar een paar duizend vreemdelingen van Congolese afkomst in Nederland. Nederlanders hebben geen band met Congo. In België is dat door de koloniale geschiedenis uiteraard volledig anders. Daar worstelt het Afrikamuseum in Tervuren op integere wijze met de betekenis van die erfenis en toont aan hoe je verleden en heden kunt beschrijven en erkennen. Hoe pijnlijk ook het verleden en het heden zijn, het laatste vloeit niet automatisch voort uit het eerste. In België ook schreef David Van Reybrouck een briljant boek over het land waarin hij aantoont dat het belang niet ligt in zijn zeldzame grondstoffen alleen (Congo beschikt over 80 procent van de wereldreserves aan coltan, dat in alle moderne electronica zit verwerkt). In Congo werd tot twee keer toe gepionierd met nieuwe instrumenten als grootschalige VN-vredesmissies en een combinatie van multilaterale en bilaterale diplomatie. Elders hadden ze wel succes, in Congo niet. De unieke tragedie van het land heeft vele oorzaken, de geschiedenis natuurlijk, met het gebrek aan een bestuurlijke elite bij de onafhankelijkheid, de enorme omvang en ontoegankelijkheid, de potentiële rijkdom en de tribale versnippering. Het telt allemaal mee, maar verklaart niet alles. Sommige landen, net als sommige families, worden meer door het noodlot getroffen dan anderen.

Er zijn vier redenen waarom dit geen saai ver-van-mijn-bedonderwerp is. Allereerst, de humanitaire situatie is een van de vreselijkste ter wereld, een smet op het blazoen van de EU als grootste hulpverlener. Van de geschatte 800 miljoen die nodig zou zijn voor eerste opvang, is nog geen 20 procent gedekt. De EU had er vorig jaar minder dan 40 miljoen voor over, minder dan 2 euro per inwoner.

Ten tweede, Congo kan opnieuw het strijdtoneel worden van de grootmachten, net als tijdens de Koude Oorlog, maar nu met China voorop en met als handlangers de buurlanden.

Ten derde, de permanente burgeroorlog, falende democratie en economische neergang van dit grootste land in Centraal-Afrika destabiliseren het hele continent.

Ten vierde wil president Kabila zijn mandaat verlengen, tegen de grondwet en afspraken in. Human Rights Watch heeft strenge kritiek geuit op zijn onderdrukking van de oppositie en de media. Het afschaffen van de democratie leidt ongetwijfeld tot verder bloedvergieten.

Niemand mag Congo afdoen als de zoveelste illustratie van een exotische geschiedenis van waanzinnige machtswellust en corrupte gewelddadige milities. Het gaat ons allemaal aan, net zo veel als wat zich dichterbij afspeelt.

.

Deze column is verschenen in NRC handelsblad op 28 juni 2017